Zijn jullie aan het oefenen op het potje of de WC? Dan helpt het om een paar vaste oefenmomenten op de dag te hebben. Het lichaam van je kindje went dan langzaam aan dat ritme. Veel kinderen vinden het vervelend als ze de hele dag door horen: Moet je plassen? Soms zeggen ze dan alleen maar dat ze niet hoeven, zodat ze door kunnen spelen. Voor veel kinderen is het makkelijker om te accepteren dat er vaste momenten zijn waarop ze naar de WC gaan. Dan weten ze waar ze aan toe zijn.
Vaste momenten kiezen
Kies momenten die voor jullie logisch zijn om op het potje te gaan. Bijvoorbeeld na het slapen, voor het eten of voordat jullie naar buiten gaan. Zo wordt het potje of de WC een normaal onderdeel van de dag. Ga altijd even naar de WC voor je de deur uit gaat.
Wil je kindje vaker op het potje of de WC? Dat mag natuurlijk. Ook als er niks komt. Wil je kindje niet gelijk op alle momenten oefenen? Bouw de momenten dan langzaam op. Begin met 1 vast moment en breid dat uit naar 3 of 4 momenten op een dag.
Het helpt veel kinderen als ze zien dat hun mama, papa of andere kinderen in het gezin óók op vaste momenten naar de WC gaan. Benoem dat. Zeg bijvoorbeeld: We gaan zo eten. Dus gaat iedereen even naar de WC. Mama gaat ook. Of zeg: Voor het slapen gaan mag je nog even op het potje. Zullen we kijken of er een plasje komt? Mama (of papa) gaat ook altijd plassen voor het slapen gaan. En oma ook. Echt waar!"



%20Ledenlogo2.png)