Veel ouders vinden het lastig dat ze niet weten wanneer hun kindje moet plassen of poepen. Toch laten veel kindjes dit al merken met hun gedrag. Als jij weet waar je op moet letten, kan jij je kindje beter helpen om dit te herkennen. En om steeds vaker op tijd bij het potje of de WC te zijn.
Goed opletten op signalen
Let de komende dagen eens goed op je kindje. Sommige kindjes laten duidelijke signalen zien voordat ze moeten plassen of poepen. Bespreek de signalen van jouw kind met andere opvoeders. Wat zien zij?
Voorbeelden van signalen bij kindjes
- opeens stoppen met praten
- wiebelen of op en neer huppen
- wegkruipen of zich verstoppen
- fronsen of een moeilijk gezicht trekken
- ineens stoppen met spelen
- het kruis vastpakken
- met gekruiste benen staan
Vaste momenten
Veel kinderen (en grote mensen) hebben een vast ritme voor poepen en plassen. Als jij dat ritme van je kindje kent, kan je extra goed opletten. Benoem het en nodig je kindje uit om naar het potje te gaan. De kans is dan groter dat er iets komt. Let dus ook eens op de momenten waarop er een plasje of poepje komt. Kan je een ritme ontdekken?
Bijvoorbeeld:
- na het slapen
- een uur na het drinkmoment
- vlak voor het avondeten
- als je kindje in bad gaat
Benoem wat er gebeurt
Zie jij het als je kindje aan het plassen of poepen is? Of nodig moet? Benoem dit dan. En nodig je kindje uit om op het potje te gaan. Houd het potje in de buurt op de vaste momenten. Zo leert je kindje stap voor stap het gevoel in het lichaam te herkennen.



%20Ledenlogo2.png)