Sommige kindjes vinden het potje of de WC een beetje spannend. Dat komt vaker voor. Het geluid, de hoogte of het nieuwe gevoel kan wennen zijn. Met rust en vaste momenten help je je kindje stap voor stap vertrouwd raken.
In deze fase kan het gebeuren dat je kindje het potje of de WC spannend vindt. Misschien wil je kindje er niet op zitten. Of het schrikt van het doorspoelen.
Dat betekent niet dat jullie iets verkeerd doen. Veel kindjes moeten eerst wennen.
Blijf wel de vaste momenten gebruiken. Zo blijft het potje of de WC onderdeel van jullie dag. Je hoeft je kindje niet te dwingen, maar jullie proberen het wel samen.
Gebruik steeds dezelfde rustige woorden. Bijvoorbeeld:
“Na het slapen gaan we even naar het potje.”
“We proberen het even.”
“Je hoeft nog niet te plassen, we zitten gewoon even.”
Door deze rustige herhaling leert je kindje dat het potje of de WC erbij hoort.
Tip 1
Houd de potmomenten kort en rustig. Even zitten is al goed.
Tip 2
Gebruik steeds dezelfde zinnen. Dat maakt het moment voorspelbaar.
Tip 3
Blijf vriendelijk en ontspannen. Je kindje voelt jouw rust.
of alternatief:
Tip 1 – Gebruik vaste potmomenten
Vaste momenten helpen je kindje wennen.
Zeg bijvoorbeeld:
“Na het slapen gaan we even naar het potje.”
“We proberen het even.”
Tip 2 – Benoem wat je ziet bij je kindje
Zo leert je kindje het gevoel herkennen.
“Ik zie dat je wiebelt. Misschien moet je plassen.”
“Je buik zegt dat er plas komt.”
Tip 3 – Reageer rustig als het spannend is of misgaat
Blijf ontspannen en geef je kindje vertrouwen.
“Dat geeft niet. We proberen het straks weer.”
“Je lichaam is nog aan het leren.”