We geven je 5 tips.
Zeg bijvoorbeeld: ‘Je hebt geplast. Het geeft niet dat je in je broek hebt geplast. Dat kan gebeuren. Kom, we trekken een droge broek aan.’
Zijn er veel ongelukjes en word je er moe van? Dan wil je daar misschien met anderen over praten. Dat begrijpen we! Even lekker klagen helpt soms om vol te houden. Zorg dan wel dat je kindje jou niet kan horen. Ook als we aan de telefoon zijn horen kinderen vaak meer dan we denken. Je kan natuurlijk wel zeggen dat het nog best lastig is en dat jullie nog wel even moeten oefenen.
Komt je kindje naar je toe om te zeggen dat hij of zij moet plassen? En zie je dat je kindje dan toch in zijn broek plast? Zeg dan wat er wel goed ging.
Zeg bijvoorbeeld: “Wat goed dat je voelde dat je moest plassen. En dat je het tegen mij kwam zeggen!” Word niet boos over het in de broek plassen en zeg er niet te veel over.
Zeg dus niet: “Wel jammer dat je te laat was voor de WC”.
Zeg liever: “We waren ook al bijna op tijd bij de WC. Volgende keer beter!
Een ongelukje is voor niemand fijn, zeker niet voor je kind. Als je zegt dat jij dit snapt voelt je kind zich begrepen. Misschien is je kind boos of verdrietig. Probeer dit te benoemen.
Zeg bijvoorbeeld: “Het is niet fijn he, zo’n natte broek. Dat snap ik wel. Kom we trekken hem snel uit”."
Zo lang je die bij je hebt, is een ongelukje zo verholpen! Neem altijd schone kleren voor je kindje mee als je op pad gaat.