Terug naar overzicht

Oeps, een ongelukje, en nu??

Je leert hoe rustig kan reageren op een ongelukje, zodat je kind zich niet schaamt.

Bekijk de video

Goed om te weten

  • Een ongelukje kan gebeuren terwijl je kindje speelt of net te laat merkt dat er plas of poep komt. Dat is normaal. Het lichaam van je kindje is nog aan het leren.
  • Probeer rustig te blijven. Boos worden of straffen helpt niet. Je kindje kan zich dan schamen en dat maakt oefenen moeilijker.
  • Help je kindje rustig schoonmaken en ga daarna weer verder met de dag. Het helpt als je een paar dingen alvast klaar hebt liggen, zoals schone kleren, doekjes of een handdoek. Dan kun je snel en rustig opruimen.

Wat kan je doen?

We geven je 5 tips.

1. Blijf rustig en word niet boos op je kindje

Zeg bijvoorbeeld: ‘Je hebt geplast. Het geeft niet dat je in je broek hebt geplast. Dat kan gebeuren. Kom, we trekken een droge broek aan.’

Zijn er veel ongelukjes en word je er moe van? Dan wil je daar misschien met anderen over praten. Dat begrijpen we! Even lekker klagen helpt soms om vol te houden. Zorg dan wel dat je kindje jou niet kan horen. Ook als we aan de telefoon zijn horen kinderen vaak meer dan we denken. Je kan natuurlijk wel zeggen dat het nog best lastig is en dat jullie nog wel even moeten oefenen.  

2. Zeg wat je kindje goed heeft gedaan. Of dat het bijna gelukt was.

Komt je kindje naar je toe om te zeggen dat hij of zij moet plassen? En zie je dat je kindje dan toch in zijn broek plast? Zeg dan wat er wel goed ging.

Zeg bijvoorbeeld: “Wat goed dat je voelde dat je moest plassen. En dat je het tegen mij kwam zeggen!” Word niet boos over het in de broek plassen en zeg er niet te veel over.

Zeg dus niet: “Wel jammer dat je te laat was voor de WC”.

Zeg liever:  “We waren ook al bijna op tijd bij de WC. Volgende keer beter!

3. Zeg dat je begrijpt hoe vervelend het voor je kindje is

Een ongelukje is voor niemand fijn, zeker niet voor je kind. Als je zegt dat jij dit snapt voelt je kind zich begrepen. Misschien is je kind boos of verdrietig. Probeer dit te benoemen.

Zeg bijvoorbeeld: “Het is niet fijn he, zo’n natte broek. Dat snap ik wel. Kom we trekken hem snel uit”."

4. Moedig aan dat je kindje het blijft proberen.

  • Zeg tegen je kindje dat het niet erg is als het een keer misgaat. En dat jullie samen blijven oefenen.
  • Ging het een andere keer wel goed? Dan kan je dat ook zeggen. Dat helpt om het oefenen vol te houden.
  • Zeg bijvoorbeeld: “Nu lukt het misschien nog niet, maar als we blijven proberen dan lukt het straks wel”.
  • Zeg bijvoorbeeld: “Weet je nog dat het gisteren wel gelukt was? Dat was heel knap van jou. We proberen het straks gewoon weer”.

5. Zorg voor extra schone kleren en billendoekjes

Zo lang je die bij je hebt, is een ongelukje zo verholpen! Neem altijd schone kleren voor je kindje mee als je op pad gaat.

Tips

  • Reageer rustig. “Dat geeft niet. We proberen het straks weer.”
  • Benoem wat er gebeurde.
    “Je voelde het nog niet op tijd. Dat komt nog.”
    "Wat goed dat je al naar de WC ging. De volgende keer zijn we op tijd."
  • Zorg dat je spullen klaar hebt. Leg schone kleren, doekjes en een handdoek op een vaste plek. Zo kun je snel opruimen.

Downloads:

Klaar
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
oeps-een-ongelukje-en-nu
dit-moet-je-doen